Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AV5216

Datum uitspraak2006-03-10
Datum gepubliceerd2006-03-16
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/3729 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij nieuw besluit tegemoet gekomen aan bezwaren. Kostenveroordeling.


Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R 05/3729 WAO U I T S P R A A K met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht inzake de kosten van het geding tussen: [verzoeker] wonende te [woonplaats], appellant, thans verzoeker, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde. I. INLEIDING Bij schrijven van 22 december 2005 heeft mr. K. de Bie, advocaat te [woonplaats], als gemachtigde van verzoeker het door hem ingestelde hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht gedaagde in de proceskosten te veroordelen. Gedaagde heeft de Raad bericht geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting. II. MOTIVERING Nu het hoger beroep is ingetrokken omdat gedaagde met de nieuwe beslissing op bezwaar van 14 december 2005 geheel aan de bezwaren van verzoeker is tegemoet gekomen, is er aanleiding om gedaagde met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de kosten van verzoeker. Aangezien de rechtbank bij de aangevallen uitspraak van 2 mei 2005 reeds ten aanzien van de proceskosten in verband met de procedure in beroep heeft beslist, staan thans slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling. Voor wat betreft de proceskosten in hoger beroep acht de Raad termen aanwezig om van de in artikel 8:75 van de Awb gegeven bevoegdheid gebruik te maken. Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van verleende rechtsbijstand in hoger beroep, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 322,--. Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat verzoeker zich met een verzoek om vergoeding van het griffierecht rechtstreeks tot gedaagde kan wenden. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag groot € 322,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad. Aldus gegeven door mr. J. Janssen, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2006. (get.) J. Janssen. (get.) D.W.M. Kaldenhoven. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.